‘bepaalt’ of ‘bepaald’ – wat is het verschil?

Het is ‘bepaalt’ (met een t) bij jij, u, hij, zij en het in de tegenwoordige tijd: “zij bepaalt de regels”. Het is ‘bepaald’ (met een d) als voltooid deelwoord – “we hebben de datum bepaald” – en als bijvoeglijk naamwoord of bijwoord: “een bepaald moment”, “niet bepaald handig”.

Twijfel je hier toch elke keer over? Dan ben je in goed gezelschap: dit is een van de meest opgezochte spellingkwesties van het Nederlands. Hieronder vind je de regel, voorbeeldzinnen en een ezelsbruggetje waarmee je nooit meer misgrijpt.

De regel: stam + t in de tegenwoordige tijd

De stam van ‘bepalen’ is bepaal. In de tegenwoordige tijd vervoeg je het werkwoord zo:

  • ik bepaal
  • jij/u bepaalt (maar: bepaal jij?)
  • hij/zij/het bepaalt
  • wij/jullie/zij bepalen

Let op de inversie: staat ‘jij’ áchter het werkwoord, dan verdwijnt de t. “Bepaal jij waar we eten?” is dus goed, net zoals je “loop jij?” schrijft en niet “loopt jij?”.

Wanneer schrijf je ‘bepaald’?

‘Bepaald’ met een d gebruik je in drie gevallen:

  • Als voltooid deelwoord, na een hulpwerkwoord als ‘hebben’, ‘zijn’ of ‘worden’: “De prijs is nog niet bepaald.”
  • Als bijvoeglijk naamwoord: “op een bepaald moment”, “in bepaalde gevallen”.
  • Als bijwoord met de betekenis ‘beslist’ of ‘echt’: “Dat was niet bepaald een succes.”

Waarom een d en geen t? Het voltooid deelwoord volgt ’t kofschip: de stam eindigt op een l, en de l zit niet in ’t kofschip. Daarom wordt het bepaal + d.

Voorbeeldzinnen: goed en fout

  • Goed: “Hij bepaalt zelf hoe laat hij opstaat.” (tegenwoordige tijd)
  • Fout: “Hij bepaald zelf hoe laat hij opstaat.”
  • Goed: “De uitslag wordt morgen bepaald.” (voltooid deelwoord)
  • Fout: “De uitslag wordt morgen bepaalt.”
  • Goed: “Jij bepaalt de regels, ik volg ze braaf.”
  • Goed: “Bepaal jij de route?” (inversie: geen t)
  • Goed: “Ze heeft haar keuze allang bepaald.”
  • Goed: “Dat is niet bepaald mijn smaak.” (bijwoord)

Het ezelsbruggetje: vervang door ‘lopen’

Bij ‘bepalen’ hóór je het verschil tussen de t en de d niet. Vervang het werkwoord daarom in gedachten door een werkwoord waarbij je het wél hoort, zoals lopen:

  • “Hij bepaalt/bepaald de koers” → “hij loopt” → je hoort een t, dus: hij bepaalt.
  • “De koers is bepaalt/bepaald” → “de route is gelopen” → een voltooid deelwoord past, dus: bepaald.

Kort samengevat: hoor je ‘loopt’, schrijf dan een t. Past ‘gelopen’ op die plek, dan is het een voltooid deelwoord en schrijf je een d.

Veelgemaakte fouten

De klassieker is “hij heeft bepaalt”. Fout, want na ‘heeft’ volgt altijd het voltooid deelwoord: bepaald. Andersom zie je vaak “zij bepaald wat er gebeurt”, terwijl daar gewoon een tegenwoordige tijd staat: bepaalt. En let extra op bij de lijdende vorm: “wordt bepaald” krijgt een d, ook al voelt “wordt bepaalt” voor veel mensen net zo logisch. Twijfel je ook weleens tussen ‘gebeurd’ en ‘gebeurt’ of tussen ‘bedoelt’ en ‘bedoeld’? Daar werken de regels precies hetzelfde.

Veelgestelde vragen

Is het ‘dat bepaal jij’ of ‘dat bepaalt jij’?

Het is ‘dat bepaal jij’. Zodra ‘jij’ achter het werkwoord staat (inversie), vervalt de t. Staat ‘jij’ ervóór, dan komt de t terug: ‘jij bepaalt dat’.

Is het ‘wordt bepaald’ of ‘wordt bepaalt’?

Altijd ‘wordt bepaald’, met een d. Na ‘worden’, ‘zijn’ of ‘hebben’ gebruik je het voltooid deelwoord. Vergelijk het met ‘kiezen’: je schrijft “de winnaar wordt gekozen” – daar hoor je meteen dat het om een voltooid deelwoord gaat.

Wat is het verschil tussen ‘bepaalde’ en ‘bepaald’?

‘Bepaalde’ is de verleden tijd (“ik bepaalde gisteren de volgorde”) én de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord (“in bepaalde situaties”). ‘Bepaald’ is het voltooid deelwoord en de onverbogen vorm (“een bepaald gevoel”).

Total
0
Shares
Vorige Artikel

Wat is een ‘kwikkebil’?

Volgende Artikel

Meubels of meubelen

Gerelateerde artikelen