Je ziet ze sinds een paar weken weer overal, op het fietspad, in de trein en bij de koffiebar op de hoek. Hoge laarzen zijn terug in het straatbeeld, en dit najaar vooral in combinatie met een smalle jeans die netjes in de schacht verdwijnt. Dat ziet er moeiteloos uit, tot je het zelf probeert. De jeans propt op bij de knie, de schacht zakt af of de rits gaat alleen dicht als je je adem inhoudt.
Bijna al die ergernissen zijn terug te voeren op drie dingen. De hoogte van de schacht, de wijdte rond je kuit en wat je eronder draagt. Wie die drie op orde heeft, loopt de hele herfst en winter zonder gedoe op hoge laarzen.
Waarom de hoge laars dit najaar weer klopt
Een paar seizoenen lang draaide de schoenenkast om enkellaarsjes en sneakers. Dat was logisch, want die combineer je met wijde broeken die tot over de schoen vallen. Nu de smallere pijp terugkomt, schuift ook de hoge laars weer naar voren. Een skinny jeans of een strakke legging vraagt bijna om een schoen die het silhouet doortrekt, en een laars tot net onder de knie doet precies dat.
Hoge laarzen hebben ook een praktisch voordeel dat je pas in oktober echt gaat waarderen. Je onderbeen blijft droog als je door een plas fietst, en de wind krijgt geen kans om langs je enkels omhoog te kruipen. In de overgang van herfst naar winter is dat geen overbodige luxe.
Daarnaast maakt een hoge laars een outfit sneller af dan bijna elk ander item. Een simpele jeans met een dikke trui ziet er met sneakers uit als zaterdagochtend. Met hoge leren laarzen eronder lijkt het ineens alsof je er goed over hebt nagedacht.

De schacht, daar begint het
Bij hoge laarzen kijken de meeste mensen eerst naar de kleur en pas daarna naar de schacht. Draai dat liever om. De schacht bepaalt of de laars bij je been past, en geen enkele kleur maakt een slecht passende schacht goed.
Hoogte
Een hoge laars eindigt meestal een paar vingers onder de knie. Zit de rand precies in je knieholte, dan schuurt hij bij elke stap en zeker op de fiets. Buig bij het passen je knie even en voel of de bovenkant niet in je huid drukt. Ben je wat kleiner, dan oogt een schacht die iets lager eindigt vaak beter in verhouding.
Wijdte
Hier gaat het het vaakst mis. Een laars die zonder jeans strak om je kuit sluit, krijgt met een jeans eronder de rits niet meer dicht. Een te wijde schacht flappert juist en laat de broekspijp zien. Op de Wikipedia-pagina over de laars staat het verschil helder uitgelegd. Wijde laarzen hebben geen sluiting nodig en trek je zo aan, smallere modellen die strak om kuit of enkel zitten krijgen een rits, veters of elastiek. Voor een skinny jeans eronder is een model met een rits meestal het fijnst, omdat je de schacht dan precies om je been sluit.
Sluiting
Een rits aan de binnenkant is het meest gangbaar en het makkelijkst in het dagelijks gebruik. Instapmodellen zonder rits vallen net wat ruimer en soepeler, wat goed werkt bij een iets steviger kuit of een dikkere broek. Let bij een rits vooral op de onderkant, want daar komt bij het aantrekken de meeste spanning op.
Zo draag je ze over je skinny jeans
De truc zit in het instoppen. Trek je sok over de onderkant van je jeans, zodat de pijp vastzit en niet omhoog kruipt als je de laars aantrekt. Strijk de stof daarna glad langs je kuit, zodat er geen plooien in de schacht ontstaan. Een jeans met wat stretch werkt beter dan een stugge, en een donkere wassing valt het minst op als er bovenaan toch een randje zichtbaar blijft. Twijfel je over de pasvorm van de broek zelf, dan geeft dit stuk over de perfecte broek voor elke dag nog wat houvast.
Voor de laars zelf is een lage blokhak het meest veelzijdig. Hij geeft je net wat lengte, je loopt er een hele dag op en je fietst er gewoon mee naar je werk. Dat zie je ook terug als je kijkt naar hoge laarzen voor dames die je over een skinny jeans draagt bij Lazamani, waar vrijwel elk model op een blokhak staat en de meeste een rits hebben. Je vindt er zwart leer en suède in cognac, bruin, taupe en khaki, een paar modellen met een iets hogere hak en ook instapmodellen zonder rits voor wie een ruimere schacht zoekt.
Wat je eronder draagt
Onder een hoge laars wil je een sok die hoog genoeg komt, zodat je onderbeen niet direct tegen de voering schuurt. Een enkelsok glijdt in de loop van de dag naar beneden en verdwijnt ergens rond je hiel. Een kniesok van wol of een wolmix blijft beter zitten en houdt je warm zonder te gaan broeien. Sockwell maakt bijvoorbeeld lange sokken met een lichte, oplopende compressie, die prettig zijn als je de hele dag op de been bent of juist veel zit. Onder de laars zie je er niets van, maar je benen voelen aan het eind van de dag wel minder zwaar.
Onder een jurk of rok werkt het net zo. Een dikke maillot in dezelfde kleur als de laars maakt je been langer, een maillot in een contrasterende kleur maakt de laars juist tot het middelpunt. Beide kunnen, zolang je één duidelijke keuze maakt en de rest van de outfit rustig houdt.

Leer of suède, en wanneer je ze laat staan
Zwart leer is de veilige keus en verdient zich het snelst terug. Het staat bij een blauwe jeans, bij zwart, bij een wollen jurk en bij een nette pantalon. Leer kan bovendien tegen een regenbui, zeker als je het aan het begin van het seizoen insmeert met een goede crème en daarna af en toe bijwerkt.
Suède is zachter van uitstraling en in warme tinten als cognac of taupe precies wat de herfst vraagt. Het vraagt wel iets meer zorg. Impregneer suède voordat je de laarzen voor het eerst draagt, en laat ze na een natte dag langzaam drogen op kamertemperatuur, nooit op de verwarming.
Echt hondenweer is voor geen van beide ideaal. Voor een dag met aanhoudende regen of een wandeling door een modderige polder zijn de rubberlaarzen van Hunter een fijne keus, en die zijn de laatste jaren ook in de stad een heel normaal gezicht. Een hoge leren laars is gemaakt voor de stad, het kantoor en de rest van je dag, en daar is hij op zijn best.
Een paar dat jaren meegaat
Een goede hoge laars koop je niet voor één seizoen. Kies daarom liever een tijdloze vorm met een ronde neus en een sobere schacht dan het meest opvallende model van dit moment. Details als een gesp of een smalle riem kunnen leuk zijn, zeker als ze afneembaar zijn en je de laars dus twee kanten op kunt dragen. Een kleur die aansluit bij je jassen helpt ook. Wie vooral zwarte en grijze jassen heeft, heeft meer aan zwart leer. Wie in camel en bruin leeft, haalt meer uit cognac of bruin suède.
Laat de hakken tijdig vernieuwen bij de schoenmaker, voordat de kern zichtbaar wordt, en zet je laarzen na het dragen rechtop met een laarzenspanner of een opgerold tijdschrift in de schacht. Zo blijft de schacht in model en krijg je geen knikken bij de enkel. Op die manier passen hoge laarzen prima in een garderobe die klopt, met minder stuks die je vaker draagt.
Ga je dit najaar een paar aanschaffen, neem dan de jeans waar ze overheen moeten mee naar het passen. Dat voelt misschien omslachtig, maar het is de snelste manier om te weten of de rits dichtgaat, de schacht goed valt en je er met een gerust hart de hele winter op loopt.