Tien jaar geleden was een sneaker onder een colbert nog een statement. Inmiddels is het de normaalste zaak van de wereld geworden, en de gemiddelde Nederlandse herenkast is daar zonder veel discussie in meegegroeid. Wat ooit twee strikt gescheiden categorieën waren (sport en formeel) is langzaam één bredere groep geworden waarin de sneaker de hoofdrol speelt en de klassieke veterschoen voor specifiekere momenten wordt bewaard.
Van twee kasten naar één
Een blik op het aanbod aan heren sneakers bij een willekeurige Nederlandse schoenenwinkel laat de verschuiving meteen zien. Waar twintig jaar geleden vooral sportmerken te vinden waren, met Adidas, Nike en hier en daar wat New Balance, is dat segment opengebroken. Modehuizen die nooit eerder iets met sport hadden, brengen nu hun eigen sneaker uit. Klassieke schoenmakers volgden, soms tegenstribbelend, soms met overtuiging. Het idee dat een sneaker per definitie informeel is, is daardoor zachtjes ingeruild voor een schaal: van pure sportschoen tot iets dat onder een net pak gewoon werkt.
Waar luxe schoenmakerij en sneaker elkaar vinden
Het meest interessante gebeurt aan de bovenkant van die schaal. Magnanni schoenen zijn daar een mooi voorbeeld van. Het Spaanse familiebedrijf werd in 1954 in Almansa opgericht door Sebastián Blanco Aldomar, en bouwde zijn reputatie met handgenaaide veterschoenen, gespschoenen en monk straps die in heel Spanje tot vakmanswerk werden gerekend. Inmiddels staat de derde generatie Blanco aan het roer en is de sneaker een vast onderdeel van de collectie.
Dezelfde technieken (leer dat met de hand wordt geverfd, zorgvuldig samengestelde leersoorten, de Bologna-constructie waarbij de voet 360 graden in leer wordt verpakt) verschijnen nu onder modellen die op het eerste oog gewoon witte sneakers lijken. Het verschil zit in de hand. Wie er een paar oppakt, voelt direct dat de zool en het bovenwerk van een ander niveau zijn dan de gemiddelde fast-fashion sneaker, en dat is precies wat dit segment groot heeft gemaakt: het comfort en de looks van een sportschoen, met de afwerking van een vakman.
Wanneer een veterschoen alsnog wint
Toch is de klassieke veterschoen niet opzij geschoven, hooguit verplaatst. Voor een trouwerij of een belangrijke vergadering pakken de meeste mannen alsnog een paar nette schoenen. Wat veranderd is, is hoe die schoen wordt gekozen. Comfort speelt een grotere rol dan vroeger, omdat mannen de standaard van hun sneakers nu meebrengen naar de nette schoen. Als die niet goed loopt, voelt het na vier uur staan ineens als een straf. Die kruisbestuiving werkt ook de andere kant op: de flexibele zolen en soepele constructies die je bij oude vakmensschoenen vindt, vertalen zich nu naar luxe-sneakers, terwijl de soepele pasvorm van sneakers klassieke schoenmakers heeft gedwongen het comfort serieuzer te nemen.
Wat er nog over is van de sportschoen
Het opvallendst is misschien wel dat de term “sneaker” zelf bijna een misleidend woord is geworden. Een groot deel van wat zo wordt verkocht, heeft met sport weinig meer te maken. De oorspronkelijke sportieve sneaker bestaat nog wel, voor wie hardloopt of de gym in gaat, maar dat is een andere kast geworden. Onder een colbert, op een dinsdagochtend op kantoor, of bij een diner in de stad staan inmiddels schoenen die wit, leer en stil zijn. En dat is precies waar de mannenkast tien jaar geleden naar zocht zonder het te weten.