Open een willekeurige schoenenkast in Nederland en de kans is groot dat je merken tegenkomt die hier zijn ontworpen. Niet de grote internationale labels die je twintig jaar geleden overal zag, maar Nederlandse huizen die in Waalwijk, Kaatsheuvel of Amsterdam aan de tekentafel zaten en hun schoenen vervolgens in Portugal, Spanje of Italië laten maken. De combinatie levert iets eigens op: het rustige, draagbare karakter dat je van Nederlandse mode verwacht, met de afwerking en materialen waar het zuiden van Europa beter in is.
Wat er onder de oppervlakte verandert
De Nederlandse schoenenindustrie heeft zichzelf de afgelopen vijftien jaar opnieuw uitgevonden. De grote namen produceren niet meer in Nederland (dat is al sinds de jaren tachtig zo), maar het ontwerpen, het sourcen en de pasvorm-keuzes gebeuren nog steeds hier. Wat je dan koopt, is eigenlijk een hybride: een schoen die het oog en de maatvoering van een Nederlandse ontwerper meekrijgt, maar het handwerk van een Portugese of Italiaanse fabriek. Dat klinkt op een verpakking misschien niet sexy. In de praktijk is het het verschil tussen een schoen die na vier maanden uit elkaar valt en een schoen die er na drie winters nog beter uitziet dan toen je hem kocht.
Italiaans design, Nederlandse maatvoering
Via Vai schoenen zijn een mooi voorbeeld van die mix. Het merk is in 1992 begonnen in Waalwijk, dat ooit het hart van de Nederlandse schoenproductie was, en houdt sindsdien vast aan een licht-Italiaanse esthetiek: zachte lijnen, natuurlijke kleuren, leer dat zich naar je voet vormt in plaats van eromheen klemt. De productie loopt grotendeels via Portugal en Spanje, vaak bij familiebedrijven waarmee al jaren wordt gewerkt. Voor wie een paar enkellaarsjes of pumps zoekt die je niet binnen één seizoen weer wegdoet, is dat een serieuze plus. Tijdloos design wordt vaak als hol marketingwoord gebruikt, maar bij dit type schoen klopt het: ze zien er over vijf jaar nog steeds bij vrijwel elke outfit goed uit.
Casual luxe zonder de pijn
Aan de andere kant van het spectrum doen Nubikk schoenen precies het tegenovergestelde. Oprichters Daan Baeten en René Chabot lanceerden het merk in 2012 met één duidelijke ambitie: nette schoenen die voelen als sneakers. Lichtgewicht zolen, gedempte inlegzolen, en een ontwerptaal die meer naar de straat luistert dan naar de catwalk. Het resultaat zie je terug in modellen als de Jiro of de Roque, die ergens tussen luxe-sneaker en stadse boot zijn ingeklemd. Dat ze in Portugal worden gemaakt met Italiaans leer is bij dit merk bijna een terloops detail. Wat ze interessant maakt, is dat ze het idee dat nette schoenen pijn moeten doen rustig naar de prullenbak hebben verwezen.
Wat dat betekent voor je dagelijkse keuze
Wie zijn schoenen kiest met de gedachte dat ze drie jaar mee moeten, kiest minder vaak en met meer plezier. Twee paar dagschoenen die ergens tussen casual en netjes zitten, één paar waarmee je weer of stoeptegels uitdaagt, en je outfits beginnen vanzelf samen te hangen. Kwaliteit van eigen bodem is geen statement, eerder een nuchtere keuze: je betaalt iets meer voor schoenen die bewezen langer meegaan en op een continent verderop gemaakt zijn waar het maakwerk er nog toe doet. Een rustige overweging om bij je volgende paar even langer bij stil te staan.